Bijlage Geschiedenis

Overzicht hoofdstukken Geschiedenis

  1. Wat is geschiedenis? 
  2. Jagers-verzamelaars en de agrarische revolutie 
  3. De Grieks-Romeinse cultuur 
  4. Het Romeinse wereldrijk 
  5. Ontwikkeling van het christendom 
  6. Verspreiding christendom in Europa 
  7. Ontstaan van de islam 
  8. Hofstelsel en horigheid 
  9. Opkomst van handel en ontstaan van steden 
  10. Staatsvorming en centralisatie 
  11. Begin overzeese expansie 
  12. Reformatie 
  13. De opstand 
  14. De Gouden Eeuw 
  15. Burgerlijk bestuur en stedelijke cultuur 
  16. De republiek 
  17. Slavenhandel 
  18. De Bataafse Revolutie 
  19. Industriële Revolutie 
  20. Fabrieksarbeiders 
  21. Opkomst emancipatiebewegingen 
  22. Naar een parlementair stelsel 
  23. Imperialisme en nationalisme 
  24. Eerste Wereldoorlog 
  25. Het nationaalsocialisme 
  26. Jodenvervolging 
  27. Tweede Wereldoorlog 
  28. De koloniën worden onafhankelijk 
  29. De Koude Oorlog 
  30. Wederopbouw en toenemende pluriformiteit  

Leerdoelen en kernbegrippen

01 Wat is geschiedenis?

Na deze les kunnen de studenten:

  • uitleggen waarom het belangrijk is de geschiedenis te bestuderen; 
  • uitleggen hoe je aanduidingen van tijd en tijdsindeling gebruikt; 
  • de tien tijdvakken benoemen en de inhoud ervan in grote lijnen beschrijven; 
  • de geschiedenis ordenen in de traditionele historische perioden.  

Kernbegrippen: verleden, heden, oorzaken, gevolgen, chronologie, Prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd, Nieuwste Tijd, bronnen, ongeschreven bronnen, archeologie, archeologen, voor Christus, na Christus.

02 Jagers-verzamelaars en de agrarische revolutie

Na deze les kunnen de studenten:

  • uitleggen waarom jagers-verzamelaars nomaden waren; 
  • de levenswijze van jagers-verzamelaars omschrijven (in Nederland: Rendierjagers); 
  • veranderingen beschrijven en toelichten die het gevolg waren van de agrarische revolutie; 
  • verklaren hoe landbouwsamenlevingen zijn ontstaan en hoe de landbouw zich vanuit het Midden-Oosten over Europa heeft verspreid; 
  • de landbouwsamenlevingen in Nederland beschrijven: Bandkeramiekers, Trechterbekercultuur (hunebedden).  

Kernbegrippen: jagers en verzamelaars, nomadisch bestaan, ijstijd, toendraklimaat, rendierjagers, vuursteen, dierenhuiden, landbouw en veeteelt, boerderijen, agrarisch bestaan, landbouwsamenlevingen, agrarische revolutie, Bandkeramiekers, aardewerk, Trechterbekercultuur, hiernamaals, grafgiften, zwerfkeien, hunebedden.

03 De Grieks-Romeinse cultuur

Na deze les kunnen de studenten:

  • de verspreiding van Grieks-Romeinse cultuur en confrontatie met Germaanse cultuur beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven.  

Kernbegrippen: de agrarisch-stedelijke samenleving, bouwkunst, kunst en het geloof in de Oudheid.

04 Het Romeinse wereldrijk

Na deze les kunnen de studenten:

  • de beïnvloeding van de Grieks-Romeinse cultuur op de Germaanse cultuur beschrijven; 
  • het belang van de infrastructuur van het Romeinse Rijk voor leger, ambacht en handel beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven.  

Kernbegrippen: de Romeinse Limes,Julius Caesar,romanisatie Bataven, einde prehistorie.

05 Ontwikkeling van het christendom

Na deze les kunnen de studenten:

  • de verspreiding van het christendom in het Romeinse Rijk toelichten; 
  • de kernbegrippen beschrijven.  

Kernbegrippen: Jezus, prediking, Palestina, kruisiging, Bijbel, christenvervolging.

06 Verspreiding christendom in Europa

Na deze les kunnen de studenten:

  • de verspreiding van het christendom in Europa toelichten;  
  • het belang van kloosters en monniken voor schriftelijke cultuur toelichten; 
  • de rol van de Frankische koningen bij de verspreiding van het christendom uitleggen; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Willibrord, Friezen en Germanen, missionarissen, Bonifatius.

07 Ontstaan van de islam

Na deze les kunnen de studenten:

  • het ontstaan en de verspreiding van de islam toelichten; 
  • de kernbegrippen beschrijven.  

Kernbegrippen: Mohammed, Mekka, islam, Koran.

08 Hofstelsel en horigheid 

Na deze les kunnen de studenten:

  • de gevolgen van het verdwijnen van het Romeinse Rijk voor veiligheid, geld, handel verklaren; 
  • het hofstelsel uitleggen; 
  • het belang van Karel de Grote voor het hofstelsel toelichten; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: volksverhuizingen, hofstelsel, horigheid, leenstelsel, heren, vazallen, Franken, het rijk van Karel de Grote, bisschoppen als leenmannen, Noormannen, de drie standen (adel, geestelijkheid, boeren).

09 Opkomst van handel en ontstaan van steden

Na deze les kunnen de studenten:

  • de opkomst van handel en het ontstaan van steden verklaren;  
  • de opkomst van stedelijke burgerij en toenemende zelfstandigheid van steden verklaren; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Hanzesteden, overschotten,handelscentra, ambachten, gilden, gilden systeem (leerling, gezel, meester), geldeconomie, welvaart, kathedralen, kruistochten, Floris V, stadsrechten, kooplieden, stadsbesturen(burgemeesters, vroedschap), schout en schepenen.

10 Staatsvorming en centralisatie

Na deze les kunnen de studenten:

  • aan de hand van het Bourgondische Rijk het ontstaan van staten binnen Europa beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: staatsvorming, centralisatie, centraal gezag, privileges, huurlegers.

11 Begin overzeese expansie

Na deze les kunnen de studenten:

  • de redenen voor de ontdekkingsreizen uitleggen; 
  • de gevolgen van de ontdekkingsreizen langs Afrika naar Azië en Amerika voor de handel beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: overzeese expansie, kompas, ontdekkingsreizigers (Columbus, Diaz, Da Gama, Magalhães),nieuwe producten (zoals tomaten, aardappelen, maïs, tabak), kolonisatie van Amerika (stichting van plantages, wrede behandeling indianen), Willem Barentsz.

12 Reformatie

Na deze les kunnen de studenten:

  • denkbeelden en gevolgen van de Reformatie herkennen en beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Reformatie, Beeldenstorm, Willem van Oranje, Erasmus, heliocentrisch wereldbeeld, Copernicus, Galilei, boekdrukkunst,Bijbelvertalingen, Hervorming, Luther, Calvijn, katholicisme, protestantisme, hagenpreken.

13 De Opstand

Na deze les kunnen de studenten:

  • uitleggen hoe de Opstand in een onafhankelijke Nederlandse staat resulteerde; 
  • de kernbegrippen beschrijven.  

Kernbegrippen: de Opstand, Karel V en Filips II, kettervervolgingen, Alva, inname Den Briel door Watergeuzen (1572),Unie van Utrecht 1579, moord op Willem van Oranje (1584), Maurits stadhouder, Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588), Hugenoten.

14 De Gouden Eeuw

Na deze les kunnen de studenten:

  • verbanden leggen tussen de overzeese expansie, het handelskapitalisme en het ontstaan van een wereldeconomie; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: VOC, De Atlas Major Blaeu, Michiel de Ruyter, economische wereldmacht, WIC, monopolie, VOC-schepen (specerijen, porselein, koffie, tabak, zijde), vloot, handelsoorlogen met Engeland, inpolderingen (Beemster), turfwinning. 

15 Burgerlijk bestuur en stedelijke cultuur

Na deze les kunnen de studenten:

  • het burgerlijk bestuur en de stedelijke cultuur in het Nederland van de 17e eeuw herkennen en beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Burgerlijk bestuur, Statenbijbel, grachtengordel, Hugo de Groot, Rembrandt, de Republiek, Gouden Eeuw, tolerantie,schuilkerken, bloei van kunst en wetenschap, uitvindingen (telescoop, microscoop), Christiaans Huygens, Spinoza.

16 De Republiek

Na deze les kunnen de studenten:

  •  uitleggen waarin de staatsinrichting van de Republiek zich onderscheidde van die in andere landen; 
  • aspecten van het absolutisme beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Vrede van Münster (1648), stadhouder, raadpensionaris en Staten-Generaal, regenten, gewesten, absolute vorsten, Lodewijk XIV.

17 Slavenhandel

Na deze les kunnen de studenten:

  • de ontwikkeling van slavenhandel en slavernij beschrijven;  
  • motieven voor afschaffing van slavenhandel en slavernij toelichten; 
  • de kernbegrippen beschrijven.  

Kernbegrippen:abolitionisme, driehoek handel.

18 De Bataafse revolutie

Na deze les kunnen de studenten:

  • denkbeelden van de Verlichting op het gebied van politiek, godsdienst en sociale verhoudingen beschrijven; 
  • grondrechten en toenemende politieke invloed van de burgerij in de Franse en Bataafse revolutie beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Pruikentijd, Verlichting, democratische bewegingen, vrijheid en gelijkheid, Franse Revolutie (1789), Napoleon, buitenhuizen, Eise Eisinga, Willem V, Patriottenbeweging, Bataafse Revolutie (1795).

19 Industriële Revolutie

Na deze les kunnen de studenten:

  • kenmerken van de industriële revolutie beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: industriële revolutie, emancipatiebewegingen, de eerste spoorlijn, stoommachine, massaproductie.

20 Fabrieksarbeiders

Na deze les kunnen de studenten:

  • de gevolgen van de industriële revolutie voor de werk- en leefomstandigheden van arbeiders toelichten; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: kinderarbeid, industriële samenleving, einde huisnijverheid, bevolkingsgroei, verstedelijking, milieuvervuiling,hygiëne, technologische ontwikkelingen, massapers, Vincent van Gogh, De Stijl, Kinderwetje van Van Houten (1874), Leerplichtwet (1901).

21 Opkomst emancipatiebewegingen

Na deze les kunnen de studenten:

  • verbanden leggen tussen de industriële revolutie en de opkomst van emancipatiebewegingen; 
  • uitleggen waardoor de burgerij (bourgeoisie) steeds meer politieke invloed kreeg; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Aletta Jacobs, arbeidersbeweging (vakverenigingen), vrije tijd: (sport)verenigingen, vrouwenemancipatie, arbeidstijden, liberalisme, socialisme, communisme.

22 Naar een parlementair stelsel

Na deze les kunnen de studenten:

  • uitleggen wat een parlementair stelsel is; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: parlementair stelsel, Koning Willem I, de Grondwet, confessionalisme, Lodewijk Napoleon,burgerlijke stand, decimale stelsel, rechtsgelijkheid, Continentaal Stelsel, soeverein vorst,kiesrecht, parlementaire democratie, Thorbecke, ministeriële verantwoordelijkheid, grondrechten.

23 Imperialisme en nationalisme

Na deze les kunnen de studenten:

  • de relatie beschrijven tussen modern imperialisme en nationalisme; 
  • uitleggen waarom grondstoffen en afzetmarkten belangrijke aspecten van het modern imperialisme waren; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: modern imperialisme, Cultuurstelsel, afzetmarkt, kolonialisme, nationalisme, afschaffing slavernij, Max Havelaar.

24 De Eerste Wereldoorlog

Na deze les kunnen de studenten:

  • sociale, economische en politieke gevolgen van de wereldcrisis van de jaren ‘30 van de vorige eeuw beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: economische wereldcrisis, Eerste Wereldoorlog, crisisjaren, militarisme, nationalisme, wapenwedloop, vijandbeelden,Centralen, Geallieerden, loopgravenoorlog, neutraliteit, mobilisatie, distributiesysteem met bonkaarten, Interbellum (1918-1939), Vrede van Versailles (1919), Volkenbond, beurskrach op Wall Street (1929), werkloosheid, stempelen, werkverschaffingsprojecten.

25 Het nationaalsocialisme

Na deze les kunnen de studenten:

- kenmerken van het nationaalsocialisme beschrijven;

- de opkomst van het nationaalsocialisme verklaren;

- de kernbegrippen beschrijven.

Kernbegrippen: racisme, nationaalsocialisme, Hitler, NSDAP, fascisme, dictatuur, censuur, propaganda, indoctrinatie), NSB, Mussert.

26 Jodenvervolging

Na deze les kunnen de studenten:

  • de Jodenvervolging beschrijven; 
  • de begrippen Lebensraum, antisemitisme en rassenleer beschrijven en uitleggen wat zij met de jodenvervolging te maken hebben; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: rassenwetten, discriminatie, concentratiekampen, Holocaust, Februaristaking, deportaties, Auschwitz, Anne Frank.

27 De Tweede Wereldoorlog

Na deze les kunnen de studenten:

  • Europa en Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog beschrijven en voorbeelden van collaboratie, verzet en aanpassing van de Nederlandse bevolking noemen; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Blitzkrieg, Pearl Harbor, Slag bij Stalingrad, D-Day, tweefrontenoorlog, totale oorlog, atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, bombardement op Rotterdam, capitulatie, bezetting, ballingschap, collaboratie, verzet, razzia’s, radio Oranje, verduisteren, onderduiken, persoonsbewijzen, slag bij Arnhem, hongerwinter, bevrijding (5 mei 1945), jaarlijkse herdenkingen (4 mei dodenherdenking, 5 mei Dag van de vrijheid).

28 De koloniën worden onafhankelijk

Na deze les kunnen de studenten:

  • uitleggen welke rol nationale bewegingen in de Nederlandse koloniën speelden bij het verkrijgen van onafhankelijkheid; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Nationalistische bewegingen in koloniën, onafhankelijkheid, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen, Japanse bezetting, politionele acties, onafhankelijkheid Indonesië (1945-1949), onafhankelijkheid Suriname (1975).

29 De Koude Oorlog

Na deze les kunnen de studenten:

  • de spanningen tussen de Sovjet-Unie en de VS ten tijde van de Koude Oorlog beschrijven; 
  • de belangrijkste gebeurtenissen van deze periode beschrijven en verklaren; 
  • enkele belangrijke politici noemen en uitleggen welke rol zij in de Koude Oorlog speelden; 
  • de kernbegrippen beschrijven.  

Kernbegrippen: Koude Oorlog, satellietstaten, IJzeren Gordijn, containment, BRD en DDR, NAVO, Warschaupact, kapitalisme, democratie, communisme, dictatuur, Stalin, kernwapens, Kennedy, Chroesjtsjov, Berlijnse Muur, Cubacrisis, wapenwedloop, glasnost, perestrojka, val van de Berlijnse Muur, Oostblok, Reagan, Gorbatsjov, Verenigde Naties, Veiligheidsraad.

30 Wederopbouw en toenemende pluriformiteit

Na deze les kunnen de studenten:

  • de economische en sociaal-culturele veranderingen en de toenemende pluriformiteit vanaf de jaren ’60 in Nederland beschrijven; 
  • de kernbegrippen beschrijven. 

Kernbegrippen: Marshallplan, Wederopbouw, EGKS, (E)EG, consumptiemaatschappij, verzorgingsstaat, AOW, oliecrisis, EU, Euro, amerikanisering, gastarbeid(ers), migranten, jongerencultuur, ontzuiling, feminisme, recreatie, Annie M.G. Schmidt, Slochteren, overstroming 1953, Deltawerken, milieuvervuiling, milieuwetten.